Feeds:
Berichten
Reacties

TBT = Throwback Thursday.

Vandaag besloten Lucas en ik weer eens een rondje Kringloopwinkel te doen. Mijn favoriete afdeling is vooral glaswerk en servies (omdat ik altijd alles uit mijn handen laat vallen hier), en ik hoop altijd weer de oude Hema Jip & Janneke mokken tegen te komen die wij vroeger thuis hadden staan. Die zijn inmiddels gesneuveld. Net als de bordjes en de schaaltjes van Jip & Janneke die we hadden. Alles kapot, alles weg. Soms kom ik het tegen op een rommelmarkt, dan neem ik het altijd mee.

Zo gaat dat ook met oude spelletjes die ik zie liggen. Soms zie ik een spel liggen dat ik vroeger graag wilde hebben, maar nooit gekregen heb (Levensweg!). Of spelletjes die wij thuis hadden liggen en waar we zoveel mee hebben gespeeld.

20130711_150130

 

Ook bij de videobanden is het telkens weer een Trip down Memorylane. Wij hadden vroeger heel veel videobanden. Nieuwe Disney’s kregen we voor Sinterklaas, met Kerst en volgens mij ook wel als we allebei een goed rapport hadden ofzoiets. Eén Disney hebben we nooit op videoband gehad: Doornroosje. Terwijl dat wel de eerste Disneyfilm was die ik -samen met mijn zus- in de bioscoop heb gezien.

20130711_150338

 

 

Ik wil die spullen hebben. Verzamelen. Er komt een gevoel van nostalgie naar boven, en even zie ik mezelf dan weer als klein meisje zitten kwartetten. Of met mijn zus op zondagmorgen een videoband uitzoeken die we gingen kijken.

Ik wil die spullen verzamelen. Al die spullen waar voor mij herinneringen aan vastkleven. Dat is natuurlijk niet te doen, al kan ik soms ook iets echt niet laten liggen (dat servies dus bijvoorbeeld). Wat moet ik met een kwartetspel van Alfred J. Kwak, incompleet en waar ik toch nooit meer mee zal spelen?

Ik weet het niet. Maar ergens doet het pijn dat mijn waardevolle herinneringen hier voor 20 ct. afgeprijsd en afgedankt liggen, eenzaam en verlaten.

Ik wil die spullen redden, merk ik.
Omdat ik bang ben dat mijn jeugdherinnering eraan verloren gaat.
Omdat ik dan vergeet dat het bestond, en onderdeel uitmaakte van onze kindertijd.
Ik hoop dan ook dat mijn ouders nooit zomaar allemaal spullen neerzetten bij grofvuil, in vlagen van opruimwoede.

 

 

Maar dit is trouwens wel mooi de beste 20 ct. die ik ooit heb uitgegeven:

IMG_20130711_143648

Lucas en ik gingen ooit bijna uit elkaar na een ruzie in de Ikea. Kantje boord. Waar het over ging? Don’t get me started, maar over een nieuw dekbedovertrek. We wilden een nieuw dekbedovertrek en vonden het een heel goed idee om saampjes lekker te Ikea-en.

Je moet als stel heel, héél stevig in je schoenen staan om zonder te kibbelen een rondje Ikea te overleven.

Goed. Wij aangekomen op de dekbedovertrekkenafdeling. En cheapskates als we zijn, gaan we natuurlijk eerst naar de afgeprijsde exemplaren kijken. Lucas zag daar wel een mooie liggen. Vond hij. Ik vond hem echt ontzettend lelijk en dacht serieus dat ze de douchegordijnen op de verkeerde afdeling hadden neergelegd. Ik wilde een witte, met roze bloemetjes.

L: “Wat maakt het nou uit waar je onder ligt? Je slaapt toch?”
F: “Tuurlijk maakt dat uit, ik wil slapen onder een dekbedovertrek, niet onder een lelijk douchegordijn.”
L: “Ik vind hem ook niet per se mooi, maar voor zo’n prijs wil ik er best onder liggen slapen.”
F: “Ik niet, ik wil niet slapen onder een lelijk dekbedovertrek. Ik vind ‘m lelijk, ik ga daar niet voor betalen.”
L: “Nou, dan koop ik ‘m zelf toch?”

En dit hele gesprek ging natuurlijk van kwaad tot erger. We hebben ‘m uiteindelijk niet gekocht (want ik ben soms gewoon een bitch win altijd), we hebben die dag helemaal geen dekbedovertrekset gekocht. En na wat goede gesprekken is de boel uitgepraat. Alles cool, niks (meer) aan de hand.

Vandaag gingen we opnieuw naar de Ikea, maanden later na het dekbedovertrek-incident. Komen we op die afdeling, zegt Lucas: “Oja, zullen we er weer even naar kijken?” Ik haalde diep adem, zette me schrap, en we gingen kijken.

 

Die krengen zijn dus nog steeds te koop.
(Logisch, want ze zijn lelijk.)

 

20130709_134733

 

Lucas kijkt mij aan.
Ik kijk hem aan.

 

L: “We kunnen…”
F: “…”
L: “De goeie maat zit er nog tussen…”
F: “… ik vind ‘m echt heel lelijk.”
L: “Tja. Het maakt mij gewoon niet zo uit dat-ie lelijk is.”

 

Uiteindelijk hebben we een schikking getroffen. Voor dezelfde prijs (nee, goedkoper zelfs!) hebben we nu alsnog een lelijke dekbedovertrekset gekocht. Een lelijke die me doet denken aan grassprietjes en Mikado. Maar ook een afgeprijsde met roze bloemetjes. De douchegordijnen hebben we laten liggen, en deze sets gaan omstebeurt op bed liggen.

 

20130709_134816

 

 

Crisis averted.

 

Ik sta overigens nog steeds volledig achter wat ik allemaal gezegd heb.
Toegegeven, ik had niet mijn stem hoeven verheffen.
Toegegeven, ik had niet hoeven stampvoeten.
Toegegeven, ik had niet boos hoeven weglopen.

 

Maar hé.
Het maakt mij dus wel uit.

 

 

Mijn domein!

Lieve lieve mensen.

Ik had eerst een gigantisch verhaal getypt over hoe. En wat. En toen. En daarna. En nog een keertje hoe. Ik herlas het. En ik realiseerde me dat ik overkwam als een afhankelijke muts die niks begrijpt van internet en domeinnamen, en vooral overal over aan het zeiken is zonder iets aan te pakken. Dat ís ook zo. Maar dat hoeven jullie niet te weten.

 

 

tweet3

 

 

Het allerbelangrijkste nieuws: ik blog ein-de-lijk verder vanaf mijn eigen domeinnaam!!! Ik verhuis naar www.afgeschreven.com !

(Mama, dat betekent dat er nu geen “wordpress” meer staat tussen de www. en de .com. Kijk maar boven in dat ene balkje!)

 

IK BEN BLIJ.

 

Dus jongens, doe allemaal eens gek en koop en taartje. Voor jezelf. Ik gun het jullie van harte, om te vieren dat afgeschreven voortaan wordt gevolgd door ‘.com’!

Met heeeeeel veel dank aan Iris trouwens. Want ik wist niet eens hoe ik een back up moest maken. Laat staan hoe ik mijn hele blog via de export-dinges weer opnieuw geimporteerd moest krijgen. Maar toen Iris zei dat ik vooral adem moest blijven halen en Floortje moest blijven aaien, en dat alles goed kwam en ik heus niet per ongeluk mijn blog verwijderde, toen heb ik het maar gewoon gedaan. En zoals Iris al beloofde:

 

 

Alles kwam goed.

 

 

(Nouja, niet alles trouwens. Want van mijn oude layout is niks meer over. Geeft ook niet, want als het goed is komt er binnenkort toch een nieuwe aan. Nu ziet alles er nog een beetje gek uit. Workin’ on it. Want voor some reason zijn alle reacties op oude blogposts ook dubbel geexporteerd.)

 

Subway-sukkel.

Sinds er naast ons opeens een flink winkelcentrum uit de grond is gestampt, is er ook opeens een Subway. Nouja, opeens opeens. Ze hebben er wel een tijdje over gedaan hoor. Het is trouwens nog steeds niet af. Maar wel al genoeg af om er rond te lopen.

 

Die Subway dus. Ik hoorde er altijd enthousiaste verhalen over. En als trouwe GTST-volger kon ik er ook niet meer omheen: ik moest het maar eens proberen.

Nog nooit een broodje van Subway gekocht. Dus wij op de website kijken of er ook vega broodjes waren. Die was er: de Veggie Patty. Met alles er op en er aan. Met pittige saus. Zo pittig mogelijk. Easy-de-peasy. Dus na het boodschappen doen, ging ik voor het eerst in mijn leven de Subway binnen. De rij was enorm en ik kon de bordjes niet zien. Hoefde ook niet, dacht ik, want ik wilde maar iets heel simpels: de Veggie Patty van het plaatje met pittige saus en alles er op en er aan.

 

Nu wil het toeval dat ik gisteren met de Oppervlakkige Wijven zat te twitteren.

 

 

tweet

 

 

 

Daar wil ik nu graag even op terug komen.

 

Ik ben namelijk zo’n zelfde sukkel.
Blijkbaar.

 

Subway: Wat voor broodje wilt u?
Ik: De Veggie Patty graag.
Subway: Maar welk soort broodje?
Ik: Oh. Eh. Bruin.
Subway: Donkerbruin of lichtbruin?
Ik: *Wijst broodje aan*
Subway: Lichtbruin dus.
Ik: Ja.
Subway: Half of heel?
Ik: Hoe groot is heel?
Subway: Dertig centimeter. *Houdt stokbrood omhoog*
Ik: Half!
Subway: Wilt u er een menu van maken?
Ik: …. Een menu?
Subway: Ja, met drinken en een koekie. Is voordeliger.
Ik: Eh.
Subway: Is voordeliger.
Ik: Ik hoef geen menu. Ik wil een lichtbruine Veggie Patty.
Subway: Wil je daar ook kaas op?
Ik: Lekker.
Subway: Wat voor kaas dan?
Ik: …wat voor soort kaas heb je?
Subway: Jong of pittig.
Ik: Pittig dan graag.
Subway: Sla?
Ik: Op het broodje? (Ik weet ook niet waarom ik dat vroeg mensen.)
Subway: Ja.
Ik: Oh. Ja lekker.
Subway: Wat dan? Sla, komkommer, tomaat?
Ik: Doe alles maar.
Subway: En augurken?
Ik: Alles er op en er aan. (Toen dacht ik er vanaf te zijn.)
Subway: Saus?
Ik: Lekker.
Subway: Wat voor saus?
Ik: Eh. Wat heeft u?
Subway: Mayo, knoflook, sweet chili…
Ik: Een pittige. Welke is het pittigst?

 

Vanaf dat moment werden er geen vragen meer gesteld. Ze wisten meteen met wat voor klant ze te maken hadden. Het type klant waar normaal mijn nekhaartjes van overeind gaan staan. Maar alle mensen, wat een keuzes voor een broodje. Ik wilde gewoon een Veggie Patty. Zo pittig mogelijk, met alles er op en er aan. Die van het plaatje. En toen had ik dus nog niet eens mijn eigen broodje besteld. (Heel bovenstaand gesprek duurde dus in werkelijkheid twee keer zo lang.)

 

Ik wil dan ook mijn excuses aanbieden voor iedereen die achter mij stond te wachten.  Het spijt mij mensen. Voortaan zal ik beter mijn huiswerk doen en goed voorbereid naar de Subway gaan.

 

Op een vraag wist ik overigens wel direct antwoord. Het kwam er fluisterend uit, me doodschamend vanwege alle zuchtende wijzende kijkende ervaren Subwayers achter mij.

 

 

Pinnen graag.

 

 

(Maar toen kwam daarna nog het spaart-u-zegeltjes-verhaal. Ik spaar ze inmiddels maar gewoon.)

 

 

Gisteren was ik een middag/avond in Amsterdam. Afgesproken met BFF Sarah om taart te eten en koffie te drinken bij De Drie Graefjes (die carrot cake hè, ik wil dat elke dag). Daarna ging ik nog even door naar Maxime. Over mijn kappersangst ben ik inmiddels helemaal heen, en mijn haar ziet er weer helemaal prachtig uit met een ‘ververste’ ombre. Ik vind het fantastisch, en dat zeg ik niet snel over mijn eigen uiterlijk.

 

'Verse' ombre! <3

‘Verse’ ombre! ❤

 

 

 

Afijn.
Ik loop Amsterdam CS binnen. Een meisje komt naast mij lopen.

“Hou je bek! Ik ben nu toch aan het woord!?”
Ik keek om me heen. En bij gebrek aan een gesprekspartner leek het me duidelijk dat zij sowieso aan het woord was.

 

“Wáár was je? Ik heb g*********e fucking een uur op jou staan wachten!”
Ik spits mijn oren. Voor wie het nog niet wist, nu-punt-nl-slash-achterklap is mijn startpagina. En in mijn vorige leven was ik een spion denk ik.

 

Ik zeg het maar gewoon.
Ik luister mee.

Ik luister mee in de trein, naar andermans gesprekken. Met elkaar, dialoog, monoloog. Ik luister mee. Soms kom ik de mooiste teksten tegen. Soms moet ik me inhouden om niet mee te kletsen. Of niet te hard te lachen. Ik kan er niks aan doen. Als je wil dat ik het niet hoor, dan moet je ergens anders gaan zitten. Of niet zo hard praten, ben namelijk redelijk doof. En sowieso een tip voor alle werkgevers: evalueer je werknemers niet in de trein. Ik wilde bijna de persoon over wie geklaagd werd opsporen op Facebook en ‘m waarschuwen. “Man, ik hoor dat je baas niet tevreden is. Hij wéét namelijk dat je Facebookt in werktijd.” Je kunt zeggen wat je wil, maar als de batterij van mijn Ipod leeg is, kan ik niet niet luisteren.

 

Het meisje op Amsterdam CS heeft het tegen haar telefoon. Of nouja, ik neem aan dat ze tegen iemand praatte aan de telefoon.
“Wáárom ben jij altijd in Zaandam als wij zouden chillen?!”
Ik begin medelijden te krijgen.
“Wie is er in Zaandam die zó belangrijk voor je is dat je mij weer laat stikken?!”
Het meisje is woest. Roodaangelopen.
“Wie?! Ik zweer het je, als je weer bij die chick zat hoef ik je niet meer te zien!”
Ik blijf schuin achter haar aanlopen, met blik op oneindig. De tranen lopen inmiddels over haar gezicht, tranen die met wilde gebaren worden weg geveegd.
“Laat maar, weet je. Laat maar. Je lult, ik geloof jou niet.”
De persoon aan de andere kant van de lijn is erbij. Ik voel het.
“Blijf maar in Zaandam bij je hoer. Ik kan jou niet meer zien.”

 

Ik voel een frisse wind. Kom er achter dat ik het meisje ben gevolgd tot de andere kant van het station. Het gesprek zet zich voort, maar het gaat mij niks aan. De woorden kan ik door de wind niet meer horen. Wens het meisje telepatisch heel erg veel sterkte.

 

Ik draai me om, ga naar mijn trein. Zoek een plekje bij het raam.

Een vrouw komt vloekend en tierend de coupé binnen. Ik rommel wat in mijn tas en doe alsof ik naar buiten kijk. En ben er de rest van de treinrit getuige van hoe wederom een vrouw teleurgesteld is in haar partner, in haar relatie, in haar leven. Ik kan daarna maar tot één conclusie komen.

 

 

Wacht áltijd tot je thuis bent met bellen.

 

 

 

 

De laatste tijd helaas niet zoveel tijd kunnen besteden aan Afgeschreven (wat ik zelf ook vet jammer vond). Waarom? Ik maakte me zorgen over Floortje.

 

Zoals inmiddels wel bekend, haalden Lucas en ik Floortje een paar jaar geleden uit het asiel. Een piepklein katje van vijf jaar oud. Het asiel zei: “Verwen haar maar lekker, ze mag wel wat aankomen en groeien.” En zo geschiedde. Floortje groeide, kwam aan, (ontwikkelde een ego,) en toen bleek dat ze nog niet gesteriliseerd was. Na de operatie kwam ze nog meer aan. En toen was dat ooit piepkleine katje opeens… voluptueus.

 

Afgelopen keer dat Floortje voor controle naar de dierenarts moest, kregen we het advies om te stoppen met het dagelijkse zakje Whiskas. Het was te vettig, naar de mening van de dierenarts. Daardoor was ze wat te zwaar.

Ik was het daar niet mee eens. Dat zakje Whiskas was altijd hét hoogtepunt (en dé omkooptruc) voor Floor. Waar ze ook rondliep, als ze dat zakje hoorde, kwam ze als een maniak aangerend. De stormloop van de gnoes uit The Lion King is er niks bij, ik zweer het je.

 

Maar de laatste weken at Floortje opeens niet meer zo goed. Haar bakje, wat eerst altijd binnen een paar uur naar alle tevredenheid werd leeg gegeten, moest ik nu soms halfvol weg gooien. En soms spuugde ze zelfs haar eten uit. Ze werd wat lamlendiger, wat hangeriger.

 

Dan is er iets goed mis.

 

Waar kon het aan liggen? Aan het weer? Is ze ziek? Op een avond besloten we haar, naar het eerdere advies van de dierenarts, geen nat voer meer te geven. Ik verwachtte drama, tranen en gejengel in de keuken (waar ze altijd eten krijgt).

 

Maar Floortje vond het goed.

 

Sterker nog, rond haar gebruikelijke etenstijd wandelde ze gewoon naar haar bakje met (droge) brokjes en at daar lekker van. No biggie, leek ze te zeggen. Ik was met stomheid geslagen.

Toen begreep ik het opeens. Lil’ Miss Divalicious had mij al die tijd in de gaten gehouden. Met al mijn afvalpogingen en gelijn. En dacht toen: “Ik wil ook een skinny bitch worden! Die stomme dierenarts heeft gelijk, die zakjes zijn veel te vettig, ik hoef niet meer! Er moeten onsjes vanaf!”

 

Een groter gebaar van solidariteit kan ik mij niet voorstellen.

 

Met Floortje gaat alles gelukkig weer helemaal fantastisch. Sinds we gestopt zijn met de dagelijkse zakjes Whiskas, heeft ze zich vol overgave gestort op haar lekkere brokjes. Die houdt ze binnen. Die vindt ze héérlijk. Ze is weer actiever, energieker. Ze is weer de oude. En als ik om 17:30 in de keuken sta te koken, komt ze niet meer als een malloot aan gedenderd en brult ze niet meer de longen uit haar lijfje.

 

Toch een eyeopener. Dan denk je het goede te doen voor je beessie, is het weer niet goed.

 

 

Miss Smokey Eyes zegt: "Ieder pondje gaat door het mondje, mensen."

Miss Smokey Eyes zegt: “Ieder pondje gaat door het mondje, mensen.”

 

 

 

Lucas was, door middel van ruilen en schuiven met diensten, zomaar opeens een aantal dagen achter elkaar vrij van zijn werk. Gebeurt eigenlijk nooit. Hij werkt bijna elke dag. Stevig rooster, zullen we maar zeggen.

Maar nu niet dus. Hij was een heel lang weekend vrij. En wilde iets doen. Zelf moest ik gewoon in het weekend werken, dus aan mij had hij niet veel. Maar dat gaf ook niet want hij wilde met zijn broer naar het Best Kept Secret-festival. Bij Beekse Bergen.

 

Uitverkocht.

 

Maar dan ken je Lucas nog niet. Hij laat het er niet bij zitten en struint met gemak heel Marktplaats af. Mensen bellen, afdingen en als het geen deal is: jammer dan. Maar Lucas zou Lucas niet zijn als hij een perfecte deal zou vinden. Gewoon, twee kaartjes voor de normale prijs, een paar kilometer fietsen hiervandaan.

 

Een probleempje: het waren internetkaartjes. Zoals bijna alle kaarten van dit festival zelfprintkaartjes zijn. En daar zit vandaag de dag een risicootje aan, want deze tickets zijn in theorie natuurlijk 100 x uit te printen en door te verkopen.

 

Lucas zou Lucas niet zijn als hij hier niet iets op bedacht had. Hij eiste gewoon dat hij de kaartjes op het woonadres van de verkoper op mocht halen (“Maar u weet toch dat u de tickets ook zelf kunt uitprinten?”) én dat de verkoper een verklaring af zou leggen. Op camera. Met naam en toenaam. Geschreven door Lucas himself. Dat verkoper álles zou vergoeden als blijkt dat ze genept waren. Verkoper ging akkoord. De charme van Lucas.

 

Afijn. Kerel een weekend het huis uit. Lekker meidenweekendje met Floor. Lekker rustig. Nagels lakken. Pizza bestellen, Sex and the City-marathon, je kent het wel.

 

Niet dus.

 

Ik kan dus niet slapen zonder Lucas. Hoewel ik ’s nachts hele scheldkanonnades op hem afvuur omdat hij het hele matras inpikt, of de hele deken van me af trekt EN NIET TERUG WIL GEVEN, kan ik zonder hem dus gewoon niet slapen.

Om 22:00 lag ik al in bed. En dan werd ik om de paar uur wakker. Pizza bestellen? No way, geen honger. Sex and the City? Neh.

 

So far mijn meidenweekendje met Floor.

 

Komt-ie gisteren thuis. En vind ik in zijn tas (die wagenwijd open voor mijn voeten lag, in my defense) een ansichtkaart.

“Oh ja… Cadeautjes hadden ze niet op het festival -” (daar geloof ik niks van want voor zichzelf had hij een bellenblaaszwaard gekocht) “- maar ik wilde je een kaartje sturen. Maar dat was niet meer gelukt…”

 

 

1044626_668776696485732_1630078700_n

 

 

 

En daarom ben ik nog steeds verliefd.
(En slaap ik weer normaal de aankomende nachten.)

 

 

Ook Floortje was blij dat het meidenweekend er op zat.

Ook Floortje was blij dat het meidenweekend er op zat.